Atheïsten blijken wel degelijk intelligenter te zijn dan gelovigen

Mensen die geloven in een god of andere hoge macht scoren slechter op intelligentie dan wie dat niet doet. Dat blijkt opnieuw uit een onderzoek onder 63.000 mensen door de Londense universiteit Imperial College. De ongelovigen presteerden beter dan de gelovigen, zelfs als factoren als leeftijd en opleidingsniveau werden meegewogen. De studie bevestigt daarmee wat eerdere onderzoeken al leken aan te tonen.

De onderzoekers gaan ervan uit dat religieuzen gewend zijn meer op hun intuïtie te vertrouwen. Dat bleek ook uit een test waarbij zowel vanuit gevoel als vanuit logica kon worden geantwoord. De deelnemers moesten aangeven of ze zichzelf beschouwden als atheïstisch, gelovig of agnostisch (weet niet of er hogere machten zijn). Daarna moesten ze in een half uur tijd twaalf taken uitvoeren, die te maken hadden met planning, redeneren, concentratie en geheugen.

"Het staat vast dat religiositeit omgekeerd evenredig is met intelligentie", stellen Richard Daws en Adam Hampshire van Imperial College London in een nieuw artikel gepubliceerd in Frontiers in Psychology over de studie.

Op weg naar minder slim?

Het aantal mensen met een religieus geloof groeit: tegen 2050, als de huidige trends aanhouden, zullen mensen die zeggen dat ze niet religieus zijn, slechts 13% van de wereldbevolking uitmaken. Op basis van de uitkomst van de studie kan dus worden gesteld dat de mensheid op weg is om collectief minder slim te worden.

Een "betrouwbare negatieve relatie tussen religieus zijn en intelligentie" werd al enkele jaren geleden aangetoond door professor Miron Zuckerman van de University of Rochester. Daar legden ze toen de resultaten naast elkaar van 63 wetenschappelijke studies die de link tussen intelligentie en gelovig zijn onderzochten.

Volgens de studie The Relation Between Intelligence and Religiosity: A Meta-Analysis and Some Proposed Explanations (gepubliceerd in Personality and Social Psychology Review) blijkt dat zelfs in onze eerste levensjaren, hoe intelligenter een kind is, hoe groter de kans is dat dat kind zich van religie zal afkeren.

Ook op oudere leeftijd zijn mensen met een intelligentie boven het gemiddelde minder geneigd om te geloven, ontdekten de onderzoekers. Een van de onderzoeken die werden gebruikt in de paper van Zuckerman was een levenslange analyse van de overtuigingen van 1.500 begaafde kinderen met IQ's boven de 135. Die studie begon in 1921 en gaat tot vandaag de dag door. Zelfs op extreem hoge leeftijd hadden de proefpersonen veel lagere niveaus van religieus geloof dan de gemiddelde bevolking, blijkt uit die studie.

De studie van Zuckerman definieerde intelligentie als "vermogen om te redeneren, plannen, problemen op te lossen, abstract te denken, complexe ideeën te begrijpen, snel te leren en van ervaringen te leren".

Ons land: 30%

Andere factoren, zoals het geslacht maar ook het soort opvoeding en onderwijs, bleken amper een rol te spelen in de correlatie tussen intelligentie en geloof.

In ons land zal het aantal mensen die niet gelovig zijn rond de 30% blijven hangen. Wereldwijd zal het percentage van mensen die geen geloof belijden afnemen, omdat in die bevolkingsgroep de aangroei veel kleiner is dan bij de groepen die wel een geloof aanhangen.

Volgens een onlangs verschenen studie in Evolutionary Psychological Science zal het atheïsme verdwijnen. Iedereen wordt op lange termijn weer gelovig. De reden: religieuze mensen krijgen vaker kinderen. En ze krijgen ook veel méér kinderen omdat ze weinig of niet aan anticonceptie doen.

Lees meer